Krediet aan ondernemingen

  • De banksector is er zich van bewust dat de vele veranderingen op de landbouwmarkt heel wat uitdagingen meebrengen voor de landbouwsector, in het bijzonder voor de zuivel- en varkensvleesproducenten. Hij besteedt dan ook aandacht aan de algemene financiële toestand en liquiditeitspositie van de landbouwbedrijven. Daarbij wordt de situatie van elk bedrijf afzonderlijk bekeken om een oplossing te kunnen bieden voor de eventuele liquiditeitsproblemen waarmee een bedrijf wordt geconfronteerd. 

  • De vele veranderingen op de landbouwmarkt brengen heel wat uitdagingen in de sector mee, in het bijzonder op het gebied van de zuivel- en varkensvleesproductie. De huidige marktvolatiliteit weegt op het ‘business model’ van bepaalde bedrijven en kan financiële moeilijkheden voor hen veroorzaken. De banksector besteedt aandacht aan deze bedrijven, en meer bepaald aan hun algehele financiële toestand en hun liquiditeitspositie.

  • Vlaams minister van Werk en Economie Philippe Muyters kreeg groen licht van de Vlaamse regering om over te gaan tot de vereenvoudiging van de kmo-portefeuille. Daarnaast zal hij ook een nieuwe kmo-groeisubsidie invoeren. “We geven niet langer zomaar geld”, laat minister Philippe Muyters weten in een persbericht van 22/07/2015.

     

  • Belgische ondernemingen beoordelen de toegang tot bancaire financiering als positief. Op hun lijstje van eventuele moeilijkheden bengelt de toegang tot financiering dan ook achteraan. Bedrijven die geen beroep doen op dergelijke financiering doen dat bovendien niet omdat zij vrezen dat hun aanvraag zou afgekeurd worden maar wel omdat ze voldoende interne fondsen hebben. Over het algemeen scoort België beter dan de gemiddelde eurozone. Dat blijkt uit de 12e editie van de Survey on the access to finance of entreprises in the euro area (SAFE) van de Europese Centrale Bank (ECB).    

  • De weigeringsgraad bereikte in de eerste drie maanden van 2015 het laagste niveau dat ooit werd opgemeten in een eerste kwartaal sinds het begin van de meting in 2009. De kredietproductie kende hierdoor opnieuw een positieve evolutie. De kredietaanvragen daarentegen daalden t.o.v. hetzelfde kwartaal van het vorige jaar. Dit ondanks de zeer lage rentetarieven, die in maart 2015 een nieuw historisch dieptepunt bereikten. Over het eerste kwartaal heen piekte het uitstaand bedrag aan ondernemingskredieten in januari 2015 (130,8 miljard euro). Eind maart bedroeg het uitstaand volume ten slotte iets meer dan 130 miljard euro. 

  • De Belgische ondernemingen vinden niet altijd even vlot toegang tot de risicokapitaalmarkt. Het aanbod aan durfkapitaal is weliswaar groot genoeg maar is ook sterk versnipperd. Zeker bij grotere kapitaalrondes is het aanbod aan Belgisch risicokapitaal vaak onvoldoende. Een schaalvergroting en meer focus is nodig om de markt opnieuw te laten groeien. Dit blijkt uit een onderzoek dat Febelfin heeft gevoerd rond de toegang van ondernemingen tot risicokapitaal.

  • Benieuwd hoe een goed kredietdossier er dient uit te zien? 1819.be somt op hun website enkele tips op om hiertoe te komen.

  • Crowdfunding of participatieve financiering heeft de wind in de zeilen. Blijkbaar wordt crowdfunding overal ter wereld in toenemende mate beschouwd als een alternatief voor de klassieke vorm van financiering. Ook België speelt in op die trend, weliswaar in geringere mate in vergelijking met andere landen. 

  • De regionalisatie van het Participatiefonds werd in 2014 een feit met de zesde staatshervorming. Via haar dochtermaatschappij Brupart werd de GIMB door de Brusselse regering belast met de toekenning van leningen voor beroepsdoeleinden en met de begeleiding, twee opdrachten die vroeger onder de verantwoordelijkheid vielen van het federaal Participatiefonds. Dankzij die regionalisatie konden de diverse maatregelen op het gebied van kredietverlening en begeleiding worden herzien, vereenvoudigd en aangepast. 

  • Het uitstaande bedrag aan ondernemingskredieten bedroeg eind 2014 iets meer dan 128 miljard euro. Ten opzichte van eind 2013 betekent dit een stijging van 1%. De beperkte groei kan worden toegeschreven aan de haperende kredietvraag. Na wat leek op een mogelijke heropleving in de eerste drie kwartalen, daalde het aantal kredietaanvragen opnieuw sterk in het vierde kwartaal van 2014, waardoor de evolutie op jaarbasis een negatief verloop kende. Dit ondanks de zeer lage rentetarieven, die lenen nog nooit zo goedkoop maakten. De kredietproductie daarentegen kende een positieve evolutie over 2014 dankzij de gedaalde weigeringsgraad.

     

Pagina's