Het moeilijke buikgevoel over banken

17/01/2013

De hypothecaire kredietverlening, zo zeggen de cijfers, is niet meer wat ze geweest is. En dan wordt er met een beschuldigende vinger naar de banken gewezen, die ondanks de toestroom van goedkoop geld de vinger op de knip zouden houden. Dat mag dan misschien het maatschappelijke buikgevoel weergeven, maar het klopt alleszins niet met de feiten.

Het is uiteraard waar dat geld nooit zo goedkoop geweest is. Met dank aan het beleid van de Europese Centrale Bank, die met lage rentetarieven de economische groei stimuleert. Maar wat klopt voor de banken en hun financiering, is ook juist voor alle Belgen. Ook de tarieven waartegen Belgen lenen, zijn vandaag historisch laag – gemiddeld 3 procent. Ze zijn trouwens beduidend lager dan elders in Europa, omdat Belgische banken de leningen vanuit de spaardeposito’s kunnen financieren.

Belgische banken hebben hun rol als financier van de economie de jongste jaren met veel overtuiging vervuld. Tussen 2007 en 2012 bleven Belgische financiële instellingen vlot krediet geven, ondanks de slechte conjunctuur. Voor elke euro spaargeld die erbij kwam op de bankrekeningen, is er minstens een euro uitgezet bij gezinnen, ondernemingen of overheden.

Hypothecair krediet was in die vijf jaar een belangrijke motor van de groei. De omloop aan woningkredieten steeg volgens cijfers van toezichthouder FSMA met meer dan 50 miljard euro, waardoor het piekte op 178 miljard euro. Het volume aan uitstaand hypothecair krediet is de jongste vijf jaar sneller gegroeid dan de economie. Dat realiseren was, zeker in tijden van crisis en voor een banksector in volle verandering, onder meer door striktere regelgeving, geen sinecure.

De voorbije dagen bleken de cijfers anders te kleuren. De Nationale Bank van België merkte enkele dagen geleden op dat het aantal nieuwe hypothecaire kredietcontracten in 2012 met een vijfde daalde tegenover 2011. Ook de cijfers van de Beroepsvereniging voor Krediet (BVK), een dochterfederatie van Febelfin, wezen op een daling in de kredietproductie van maar liefst 51% voor wie november 2012 met november 2011 vergelijkt. De Bank Lending Survey van de Nationale Bank van België (NBB) gewaagt van een verstrakking van de kredietvoorwaarden bij de banken.

Is daarmee de redenering rond? Volgens Febelfin niet. De BVK-cijfers leggen niet alleen een daling bloot van het aantal uitgeschreven kredieten, maar een evenredige daling in de vraag (-47,9% ) over diezelfde periode. Ook de Nationale Bank wijt de terugval trouwens in de eerste plaats aan de afkalvende vraag naar hypothecair krediet.

Die ontwikkeling is een gevolg van de moeilijke conjunctuur, van het tanende consumentenvertrouwen, van een aanhoudende vrees voor de toekomst, van de stijgende transactiekosten ook. Of aan enkele overheidsinitiatieven die geschrapt werden.

2010 en 2011 waren uitzonderlijke jaren voor de hypothecaire kredietverlening. Dat was vooral te danken aan de overheidsmaatregelen om energiebesparende verbouwingen te stimuleren. Die maatregelen hebben de renovatiedrang van de Belg naar ongekende hoogten gestuwd – zeker tegen het einde van 2011, toen Belgen massaal verbouwden om nog van de voordelen te kunnen genieten.

U zou dus kunnen argumenteren dat de hypothecaire kredietmarkt na twee uitzonderlijke jaren gewoon weer naar zijn normale niveau aan het terugkeren is.

De banken ontkennen niet dat het kredietbeleid de jongste maanden wat verstrakt is. De conjunctuur is anders, de zekerheden zijn anders, de regels waaraan banken moeten voldoen ook. Niemand kan, of wil, nog krediet verlenen zoals voor de crisis. Ook de Nationale Bank wil dat niet: die drukte de banken in het najaar nog op het hart om niet te lichtzinnig hypothecaire kredieten te verlenen die in een vastgoedbubbel zouden kunnen uitmonden. Want ook de toezichthouder weet dat niemand ooit beter werd van een slecht krediet.

 

Michel Vermaerke

Meer over: